Het PAROOL
ZATERDAG 24 SEPTEMBER 2005
Het vogelwalhalla van IJburg
vogelwalhalla-1.jpg
vogelwalhalla-2.jpg
vogelwalhalla-3.jpg
Meeuwen en lepelaars aan het foerageren. Een prettig onderkomen en goed eten, dat lokt altijd volk.
Het vogeltrekseizoen is in volle gang en dat betekent topdrukte op de Hoeckelingsdam, een opgespoten zandvlakte die twee jaar geleden werd aangelegd als goedmakertje voor de bouw van IJburg.
Om nog maar te zwijgen over de voorraad stekelbaarsjes, muggen-larven, spiering en driehoeksmos­seltjes.
Een aangenaam onderkomen en goed eten, dat trekt altijd volk.
Vorig jaar zijn er 95 verschillen­de vogelsoorten gespot, en dan zijn de soepeend en de soepgans niet eens meegerekend. Onder hen de bonapartes strandloper, reuzenstern en witvleugelstern - geen namen waar de leek warm van wordt, maar er zijn liefhebbers die er een verga­dering voor uitrennen.
Of zoals Daalder zegt: "Bijna al­les wat daar zit, is bijzonder voor Amsterdam."
Het is er stil. Enkel ver en zacht geronk van een containerschip. Van hieruit geeft de stad alleen zijn
naar het ondiepe stuk verderop: een lepelaar, een reiger, een clubje smienten, nog wat slobeenden en watersnippen. "Net Texel."
Een groep grauwe ganzen scheert krijsend over. Minder idyl­lisch zijn de kaalgevreten visgraten tussen het zand. Of het rondslinge­rende lijk van een kokmeeuw. Ronduit curieus zijn de stronthopen die qua proportie niet onderdoen voor een grote bood­schap van, pakweg, een Duitse her­der. Dit heeft niks meer met vogel­poep te maken. Pieters, al 42 jaar bij Staatsbosbeheer, heeft aan één blik op de mestbulten genoeg: "Grauwe gans."
Goed voor de plantjes, overigens. "Koolzaad, zonnebloemen en to­maten, je vraagt je af: waar
vogelwalhalla-4.jpg
MALIKA SEVIL
V ANAF de Waterlandse Zeedijk oogt het weinig in­drukwekkend - het zo vol­prezen vogelwalhalla. De zeldzame temmincks strandloper maakt er speciaal een tussenstop tijdens zijn trip van Siberië naar Afrika, en ook de kemphaan tankt er bij voordat hij verder vliegt naar de Nijldelta. Met zulke gasten zou je denken: dan moet het wel wat zijn. Maar het is niet meer dan een dorre, zanderige vlakte. Met strui­ken tot kniehoogte. De Hoeckelingsdam, zandplaat onder de rook van de stad. Verboden voor men­sen. Zelfs boswachter Ton Pieters, verantwoordelijk voor het natuur­beheer in Waterland, komt er zel­den - dit om de vogels niet in de weg te zitten.
De laatste keer was in juli, toen hij samen met stadsbioloog Remco Daalder met een roeibootje de oe­vers afging op zoek naar bijzonder groen. Dat viel overigens tegen. Planten hebben tijd nodig. Vogels niet, die strijken neer waar het ze comfortabel lijkt. En een zandvlak­te van 1,6 kilometer lengte zonder verkeer, mensen, bouwsels, eigen­lijk een eiland met niets, blijkt een zeer aantrekkelijke hang-out.
silhouet; de Rembrandttoren, de rookpluimen in het westelijk havengebied, de kranen op IJburg.
vogelwalhalla-5.jpg
komt het allemaal van­daan? Gratis en voor niks." Ook wilgen trou­wens, en daar is Pieters min­der blij mee. Liever geen bo­
Boswachter Ton Pieters: 'Net Texel.'
FOTO'S KLAAS FOPMA
en al helemaal niet tussen de vis­dieven - beestjes met een niet al te fraaie reputatie wat betreft hun omgangsvormen. Niet dat ze el-kaars kroost opvreten of dat er zich vreselijke matpartijen afspelen, maar vogels blijven nu eenmaal
men de pleziervaarders. Aangezien de zandplaat vaak wordt aangezien, voor een jachthaven in aanbouw of een mini-IJburg in wording, willen er nog wel eens mensen aan land gaan. Weg lepelaar, Dit tot grote frustratie en ergernis van de vogel­
men, want 'als je daar niks te­gen doet, en de boel maar laat groeien, dan heb je
fietser op de dijk, verderop een vogelspotter. Rust. Platteland. Let wel: op
vogelwalhalla-6.jpg
slechts tien minuten van de stad, met de auto dan. Witvleugelstern
De roeiboot van Pieters raakt de wal. Hij is precies waar je bij een boswachter op hoopt, namelijk: van top tot teen in camouflagekleuren, sporen van erosie in zijn ge­zicht gekerfd en om het af te maken een baard. In één oogopslag weet hij ongeveer hoeveel vogels een zwerm telt, hij ziet de kleinste vinkjes op de verste afstanden en hij communiceert net zo makkelijk met de tureluur als met de groen-pootruiter. Een meesterfluiter.
"Zo, we laten ons schip stranden op Nova Zembla." Dit is dus het Amsterdamse vogelreservaat. Pie­ters tuurt door zijn verrekijker
over tien jaar een bos op water'. En daar houden deze exclusieve trekvogels niet van. "We wilden aanvankelijk de natuur haar gang laten gaan, maar ja - die bomen. Daar is nu dis­cussie over: uit de grond trekken of niet."
Nee, dan gaat het met de vogels toch een stuk beter. Ruim achthon­derd paar visdieven hebben er ge­broed, 28 duo's kluten, 22 setjes kuifeenden, en, heel bijzonder, circa twintig paren van de bontbekplevier. Ze zitten tijdens het broedseizoen in getto's bij elkaar, sommige gezinnetjes zelfs bijna op pikafstand. Als plevier ga je nu eenmaal niet tussen de kokmeeuwen zitten,
liever in hun eigen scène.
Soms, als er weer eens een exoot is geconstateerd, staan tientallen vogelspotters uit alle hoeken van het land te dringen op het uitzichtpunt. Ze hebben een 'kliklijn' waar bij­zondere exemplaren worden gemeld, en er zijn genoeg
vogelwalhalla-7.jpg
spotters.
Hoe dan ook, de Hoeckelingsdam trekt steeds meer uitzonderlijke vo­gels. De in Neder­land zeldzame zwartkopmeeuw verwekte er bijvoorbeeld nazaten -
gekken die dan meteen in de   
en dat deden zij tot dusver
auto springen om het beestje Bontbekplevier alleen in Zeeland. Het
te gaan aanschouwen. "Als ik nu een melding maak van een Ameri­kaans gestreepte strandloper, dan is de kans groot dat het er binnen de kortste keren vol staat." Een ander randverschijnsel vor-
lijkt hem te bevallen ook: in 2004 was het nog maar één koppeltje, dit jaar waren het er zeven.
Nu het broedseizoen is afge­lopen, is de dam een dankbare slaapplaats. Er overnachten nu
duizenden zwarte sterns, kuifeen-den en smienten.
Hoogtepunt voor Pieters was dat hij in het broedseizoen een lepelaar met takjes zag rondsjouwen. "Van een nestje is het niet gekomen. Maar wie weet: misschien over twee jaar."
Natuur à € 10,5 mln
ONDER IJBURG was de Hoeckelingsdam er nooit geweest. Het vogelreservaat is namelijk aangelegd als compensatie voor de nieuwbouw in het IJmeer. Het plan was een gebied te maken waar de natuur ongehinderd haar n gang zou kunnen gaan, Zonder be­moeienis van mensen. In april 2002 werd begonnen met de aanleg: 900.000 m3 zand werd uit de vaargeul tussen Almere en Lelystad ge­graven en voor de polder IJdoorn opgespoten. Kosten: 10,5 miljoen eu­ro. Een broedparadijs op fietsafstand van Amsterdam.
Volgens stadsbioloog Remco Daalder is het een grote aanwinst, want verder is het IJmeer vanwege het rondzwervend slib 'een tamelijk waardeloos natuurgebied'. Er zijn in de buurt wel een paar interessan­te plekken: de Gouwzee bij Marken is er zo een, en bij Muiden en Muiderberg groeien ook bijzondere waterplanten. Alle twee gebieden met luw water, dat wil zeggen; zonder golfslag. Helder water zonder slib. "Dat hebben we bij de Hoeckelingsdam willen nabootsen."
Dus werd er berekend hoever de dam van de oever verwijderd moest liggen, zodat de wind geen vat op het water zou krijgen. Uiteindelijk kwam de dam op de piek waar in de Middeleeuwen een dijk heeft gele­gen. Bij een van de vele doorbraken van de Zuiderzee moet die zijn weg­gespoeld. Het gat werd het Hoeckelings Gat genoemd, vandaar de naam: Hoeckelingsdam - al blijft de volksmond reppen van Kinseldam.